Ieder mens heeft recht op het krijgen van kinderen › MEE Drenthe

Ieder mens heeft recht op het krijgen van kinderen

Marga, trainer bij MEE Drenthe

Daan (20) en Julia (19) kennen elkaar nu een jaar. Ze hebben allebei een licht verstandelijke beperking. Daan heeft moeite met rekenen en kan niet zo goed met geld omgaan. Hij werkt bij een transportbedrijf. Julia kan de dingen vaak niet goed overzien, waardoor ze nogal eens in de stress zit of iets vergeet. Julia werkt in een supermarkt. Binnenkort willen Daan en Julia gaan samenwonen. Ze willen leren om goed voor zichzelf en het huishouden te zorgen, daarom krijgen ze woonbegeleiding. Daarna willen ze graag een kindje. 

Wel of geen kind?

Ieder mens heeft recht op het krijgen van kinderen. Zo ook mensen met een verstandelijke beperking. Maar ook ieder kind heeft het recht om in een veilige en liefdevolle omgeving op te groeien. In de maatschappij bestaan verschillende meningen over ouderschap van mensen met een (lichte) verstandelijke beperking. Uit onderzoek blijkt dat het aantal mensen met een verstandelijke beperking dat kinderen krijgt, minder dan 5% bedraagt. En dat het betrekken van het sociale netwerk en het bieden en accepteren van ondersteuning belangrijke succesfactoren zijn voor het slagen van het ouderschap. Maar niet altijd staat het netwerk achter de komst van een kind. En ook maken begeleiders zich vaak zorgen en vinden het moeilijk om de kinderwens bespreekbaar te maken.  Voorlichting over zwangerschap en ouderschap is ontzettend belangrijk.

Mensen met een kinderwens beseffen zo beter wat er allemaal komt kijken bij het verzorgen en opvoeden van een kind. Hierdoor zien zij soms af van een kind of doen eerder een beroep op begeleiding of ondersteuning, zowel van familie als van hulpverleners. 

Wat je juist niet moet doen wanneer je in gesprek gaat met iemand met een verstandelijk beperking over zijn/haar kinderwens:

  • Je eigen mening over iemands kinderwens steeds noemen in een gesprek.
  • Geen erkenning hebben voor iemands kinderwens.
  • Onduidelijk zijn over praktische zaken en vaardigheden die nodig zijn om een goede ouder te kunnen zijn.
  • Proberen de kinderwens te ontmoedigen door alleen de negatieve aspecten te benoemen. 
  • Geen gebruik maken van ondersteunende materialen (werkbladen, spel, oefenpop)